Het testen van de beetverhoging voor het plaatsen van restauraties in een nieuwe beethoogte, een RCT

22 januari 2025

Op het congres van 2024 werd een van de NVGPT Publicatieprijzen 2023 uitgereikt aan dhr. dr. Luuk Crins voor zijn artikel 'Randomised controlled trial on testing an increased vertical dimension of occlusion prior to restorative treatment of tooth wear'. Hieronder een samenvatting van zijn publicatie, waarvoor hij als eerste prijs een cheque van 750 euro en een oorkonde kreeg overhandigd.

Het verhogen van de verticale dimensie van occlusie (VDO) is een belangrijk onderwerp in de restauratieve tandheelkunde, vooral bij ernstige gebitsslijtage. Vroeger werd gedacht dat een VDO-verhoging functionele problemen zoals kaakgewrichtspijn en spraakproblemen veroorzaakte. Recente inzichten tonen echter aan dat het stomatognatisch systeem zich kan aanpassen.

Bij de restauratieve behandeling van gebitsslijtage is een VDO-verhoging nodig met (minimaal invasief geplaatste) restauraties. Hoewel een proefopstelling met bijvoorbeeld uitneembare kunststof voorzieningen vaak wordt aanbevolen om functionele problemen te evalueren, tonen sommige studies aan dat directe plaatsing van restauraties zonder voorafgaand testen ook succesvol kan zijn, met enkel tijdelijke symptomen. 

Deze studie was een gerandomiseerde klinische trial en beoordeelde het effect van een vooraf geteste beetverhoging op de mondgezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven (OHRQoL) en het falen van restauraties bij patiënten in de restauratieve behandeling van gebitsslijtage.

Patiënten werden willekeurig toegewezen aan een groep met of zonder voorafgaand gebruik van een uitneembare kunststof voorziening om de beetverhoging te testen. Patiënten werden geïnstrueerd om deze voorziening gedurende drie weken, 24 uur per dag te gebruiken. De restauratieve behandeling bestond uit plaatsing van composietrestauraties in de nieuwe VDO, gevolgd door controles na een maand en een jaar.

Geen van de patiënten die op basis van loting de voorziening gedurende drie weken had gedragen, rapporteerde problemen die een aanpassing van het originele behandelplan zouden vereisen. De gerealiseerde VDO-verhoging bij de 1e molaren was vergelijkbaar tussen de testgroep (2,3 mm) en de controlegroep (2,2 mm). Beide groepen vertoonden na een maand en een jaar significante verbeteringen in de mondgezondheid (OHRQoL) vergeleken met de situatie voor (restauratieve) behandeling, maar er was geen verschil tussen de groepen na zowel 1 maand als 1 jaar.

Er werden in totaal 1.660 restauraties geplaatst, met vergelijkbare faalpercentages (p=0,94) tussen de groepen. De patiënten met een uitneembare voorziening, rapporteerden frequent over het ongemak door de voorziening, welke de compliance belemmerde. 

De conclusie van het onderzoek was dat er geen effect van de beethoogtetest op de restauratieve resultaten was. Deze studie is dus ook in lijn met de recente inzichten dat het stomatognatisch systeem adaptief van aard is. Geavanceerdere toepassingen, zoals CAD/CAM gefabriceerde ‘snap-on’, welke in potentie meer comfort bieden, zouden beter kunnen zijn voor het testen van de beethoogte en esthetiek bij patiënten waarbij dat eventueel wél geïndiceerd is; patiënten met (een geschiedenis van) TMD of patiënten met een hogere leeftijd.