Een nieuwe kijk op minimaal invasieve chirurgie voor degeneratieve kaakgewrichtsaandoeningen

3 april 2026

Op 6 mei 2026 zal Yang Hang Tang aan de Rijksuniversiteit Groningen zijn proefschrift 'Inside the Joint: redefining the role of minimally invasive surgery for temporomandibular joint disorders' verdedigen. Yang Hang heeft een bijdrage in de kosten van het proefschrift ontvangen van de NVGPT. Hieronder volgt een samenvatting van het proefschrift.

Degeneratieve aandoeningen van het temporomandibulaire gewricht (TMJ) kenmerken zich vaak door pijn, functiebeperking en een verminderde kwaliteit van leven. De behandeling volgt doorgaans een stapsgewijs traject, waarbij gestart wordt met conservatieve, reversibele therapieën zoals adequate voorlichting, (orofaciale) fysiotherapie, een splint en (analgetische en spierverslappende) medicatie. Deze interventies zijn gericht op symptoomreductie en het behoud van functie.
Wanneer deze aanpak onvoldoende effect heeft, kan minimaal invasieve chirurgie ingezet worden, zoals artrocentese of artroscopie. Artrocentese richt zich op het spoelen van de bovenste gewrichtskamer van het kaakgewricht om ontstekingsmediatoren te verwijderen, terwijl artroscopie daarnaast directe visualisatie en aanvullende intra-articulaire interventies mogelijk maakt.
Uit dit proefschrift blijkt dat artrocentese, vergeleken met conservatieve behandelingen, leidt tot een klinisch relevante en duurzame afname van pijn, zowel op korte als lange termijn. Opvallend is dat de timing van interventie een belangrijke rol speelt: behandeling binnen zes maanden na het ontstaan van klachten verdubbelt de kans op behandelsucces. Dit onderstreept het belang van tijdige verwijzing en het niet onnodig lang voortzetten van ineffectieve conservatieve therapie.
De keuze tussen artrocentese en artroscopie blijft minder eenduidig. Op basis van bestaande literatuur lijken beide technieken vergelijkbaar effectief in pijnreductie, met een vergelijkbaar complicatieprofiel. De bewijskracht hiervan is echter beperkt door heterogeniteit en methodologische tekortkomingen in studies. Voorlopige resultaten van een lopende gerandomiseerde studie suggereren dat artroscopie mogelijk superieur is in pijnreductie, maar definitieve conclusies ontbreken nog. In de klinische praktijk kan, bij gelijke effectiviteit, artrocentese de voorkeur hebben vanwege de lagere kosten en technische eenvoud.

Bij onvoldoende effect van een eerste artrocentese blijkt een herbehandeling vaak zinvol. Wel neemt de kans op succes af bij elke volgende interventie, en vereist falen van behandeling een kritische heroverweging van diagnose en behandelstrategie.
Samenvattend pleiten deze bevindingen voor een meer proactieve inzet van minimaal invasieve chirurgie, met nadruk op tijdige escalatie en individuele behandelkeuze. Verdere ontwikkeling van predictiemodellen en patiëntgerichte uitkomstmaten is essentieel om de behandeling van TMJ-aandoeningen verder te optimaliseren.