Nieuws

Serie ‘samenwerking in de mondzorg’ met Michiel van Everdingen en Noor Kleiman van Oostrum

23 april 2018
Serie ‘samenwerking in de mondzorg’ met Michiel van Everdingen en Noor Kleiman van Oostrum

De NVGPT is een multidisciplinaire vereniging met drie aandachtsgebieden: prothetiek, waaronder de MFP, gnathologie en restauratieve tandheelkunde. Lid van de NVGPT zijn onder meer tandartsen, kaakchirurgen, fysiotherapeuten, tandprothetici en tandtechnici. Bij de leden van de NVGPT zit een schat aan kennis en ervaring. Daarom laten we regelmatig een lid aan het woord over zijn of haar opleiding, werk en visie en over de samenwerking met andere disciplines. Dit keer is de beurt aan Michiel van Everdingen, tandarts-gnatholoog in Ede.

De samenwerking tussen tandarts-gnatholoog Michiel van Everdingen en integratieve psychotherapeut Noor Kleiman van Oostrum. “We delen diepe interesse in patiënten/cliënten.”

Opleiding Noor Kleiman van Oostrum
Is op latere leeftijd psychologie gaan studeren; afgestudeerd in 2013, Amsterdam. Heeft gekozen voor de therapeutische kant.

Werk Noor Kleiman van Oostrum
Integratieve therapeut in de psychotherapie, heeft eigen praktijk Mundus in Medisch Centrum Veluwse Poort in Ede. Doet aan gespreksvoering en ervaringsgerichte therapie waarin cliënten vooral op hun gevoel worden aangesproken.

Opleiding Michiel van Everdingen
Is in de voetsporen van zijn vader getreden die ook tandarts was. Heeft van 1984-1991 in Nijmegen gestudeerd. Volgde van 2008 tot 2011 de opleiding voor gnathologie in Nijmegen.

Werk Michiel van Everdingen
Na zijn studie militaire dienst als tandarts gedaan in Duitsland. Heeft daarna een praktijk overgenomen in Ede. Zit nu met zijn praktijk ook in het Medisch Centrum Veluwse Poort in Ede, dat twee jaar geleden de deuren opende. In zijn praktijk werken drie tandartsen, twee mondhygiënisten, een praktijkmanager en zes assistentes. Doet algemene tandheelkunde en behandelt ongeveer één dag per week gnathologiepatiënten van de eigen praktijk en op verwijzing.

Aard samenwerking
Michiel van Everdingen en Noor Kleiman van Oostrum kennen elkaar ongeveer tien jaar. Michiel vroeg haar deel te nemen aan een multidisciplinaire studiegroep. Deze groep heeft ook het initiatief genomen voor het Medisch Centrum Veluwse Poort waar vrijwel de hele eerste lijn is vertegenwoordigd.
Van Everdingen en Kleiman van Oostrum hebben gezamenlijke patiënten en hij wijst patiënten soms door naar haar.
Van Everdingen: “Als tandarts-gnatholoog heb ik behoefte aan een verwijsmogelijkheid op gebieden waarin ik mijzelf onvoldoende competent voel. Schoenmaker blijf bij je leest. Van een tandarts-gnatholoog mag je verwachten dat psychologische problemen worden onderkend, maar ik moet die problemen niet zelf willen behandelen.“
Soms bespreken ze patiënten samen of hebben ze met de patiënt/cliënt - en regelmatig ook met de fysiotherapeut in het pand – een gezamenlijk gesprek.

De casus
Besproken casus was eerst patiënt bij Van Everdingen, nu heeft ze één op één gesprekken met Kleiman van Oostrum.
Patiënt A wordt omschreven al een leuke, intelligente vrouw van begin veertig. Ze heeft over de hele wereld gewerkt voor een bekend kledingmerk. Ze is zeer rationeel ingesteld en heel extern gericht. Gevoelens en emoties lijkt ze ver weg te stoppen. Ze denkt enorm veel na en beredeneert problemen vooral. Het is een zeer alerte, maar druk pratende vrouw.
Ze was al langer in de praktijk van Van Everdingen. De laatste jaren kwam ze steeds vaker met klachten die moeilijk te duiden waren, bijvoorbeeld kiespijn en tongbranden. Tegen het klemmen en knarsen heeft ze een opbeetplaat gekregen. Maar de klachten bleven aanhouden en het werden er steeds meer. Dat past in het beeld van temporomandibulaire dysfunctie (tmd).
Ze beredeneerde alles. Toen ze bijvoorbeeld iets aan haar tandvlees had, zou het komen door de andere tandpasta waarmee ze had gepoetst of doordat ze iets anders fout had gedaan. Ze zocht de schuld steeds bij zichzelf.
Van Everdingen kon geen sluitende somatische diagnose stellen en raakte er steeds meer van overtuigd dat haar klachten vooral psychisch gerelateerd waren. Ongeveer tegelijkertijd liep ze ook voor onder meer nekklachten bij de ook in het centrum gevestigde fysiotherapeut. Maar die kon haar om dezelfde reden ook niet echt helpen. Zo kwam ze voor gesprekken bij Kleiman van Oostrum terecht. Door middel van gesprekken en therapeutische oefeningen, zoals tekenen, probeert zij de cliënt weer dichter bij haar gevoel te laten komen. die is blij dat ze deze stap heeft genomen.
Beide behandelaars denken dat deze therapie de patiënt brengt wat ze nodig heeft. Volgens Kleiman van Oostrum is ze uitbehandeld als ze zelf aangeeft de eigen regie en zelfstandigheid over haar leven weer te hebben en kan dealen met mogelijk resterende pijnklachten.

De samenwerking
Kleiman van Oostrum: “Het is belangrijk om informatie uit te kunnen wisselen en te delen over zo’n cliënt. Ik merk dat ze zich heel serieus voelt genomen door Michiel. Hij heeft haar goed aangevoeld en haar problemen goed gesignaleerd, maar is wel bij zijn eigen vak gebleven. Ze heeft een zeer sterke gezichtsuitdrukking en leeft vooral met haar hoofd. Als ze praat ben ik er bij haar meer op gericht hoe ze haar kaken dichtdoet. Dat heb ik meegekregen van de gnathologie.”
Van Everdingen: “Door wat ik hoor van Noor ga ik in mijn behandeling niet anders met haar om. Maar dit soort ervaringen zijn wel weer goed te gebruiken bij nieuwe patiënten. Dan weet ik weer beter waar ik op moet letten.”
Kleiman van Oostrum: “Ik vind het heel plezierig dat Michiel heel betrokken is en een grote empathische inslag heeft. Hij staat open voor advies en een gesprek. Het is ook heel plezierig om een gelijkwaardige werkrelatie te hebben. En hij waardeert humor. Hij deelt ook kennis met me en legt me ook graag wat uit. Ik zie ook zijn enthousiasme, het bruisende. Daar word ik door aangestoken.”
Van Everdingen: “Van Noor heb ik een heel eenvoudige en bruikbare ademhalingsoefening geleerd waarmee ik mijn patiënten kan laten ervaren wat het effect van hun ademhaling kan zijn: veel mensen zitten erg hoog in hun ademhaling; dat geeft veel moeilijk te duiden klachten.”
Kleiman van Oostrum: “Om goed samen te kunnen werken moet je zeker wel een klik hebben. Die klik is er ook omdat we het interessant vinden om zo met cliënten bezig te zijn. We zien ze als mensen. We delen diepe interesse in wat er met iemand aan de hand is.”
Van Everdingen: “Een beetje vakidioten zijn we wel. “Noor heeft een enorm positieve uitstraling. Alles kan. Ze kan dingen heel goed benoemen, zodat je het gaat zien en snapt. Dat vind ik knap. Ze is in staat om anderen zich sterk te laten voelen.”

Over behandelen
Van Everdingen: “De oorzaak is moeilijk bij deze vrouw te vinden, als die er al is. We moeten misschien ook wat af van dat oorzaak-gevolg denken. Klachten ontstaan vaak omdat er omstandigheden zijn waardoor ze kunnen ontstaan. Je moet dus naar de omstandigheden kijken. Bij collega-tandartsen heerst weleens het vooroordeel dat bij gnathologie veel zeurpatiënten komen. Mijn ervaring is gelukkig het tegenovergestelde: onze patiënten zijn vaak de presteerders: tweederde is vrouw, veelal tussen 16 en 45 jaar en ze moeten vaak veel bordjes tegelijkertijd in de lucht zien te houden.“
Kleiman van Oostrum: “Iemand is niet zijn kaak, maar heeft last van… Het verschil tussen is en zijn. Iemand is geen zeurkous, maar heeft soms zeurmomenten. Je hebt iets, maar je bent niet iets.”
Van Everdingen: “Klopt, ik hoorde laatst mijn assistente zeggen: 'in kamer 4 zit nog een pijnklacht’. Ik heb haar uitgelegd dat ze dat beter anders kan zeggen.”
Kleiman van Oostrum: “Ik vind het heel belangrijk om te kijken hoe iemand nu is. Bij haar komt er nu onzekerheid uit. Dat is wat ze voelt. Dat het ooit is ontstaan, is niet zo relevant. Het is ook triggy bij deze cliënt, want dan ga je weer rationaliseren.”
Van Everdingen: “De effecten van gnathologie zijn lastig te meten. Je kunt iemand laten scoren op pijn, maar dat is altijd subjectief. Het zegt wel wat over het beloop van de klacht voor een individuele patiënt. Daarvoor is het een bruikbaar instrument. Als die vijftig procent klachtenreductie aangeeft, kan de patiënt het vaak verder zelf. Dan hoef je vaak alleen nog een vangnet te zijn.”
Kleiman van Oostrum: “Ik krijg heel veel rationeel ingestelde mensen. Maar het gevoel roept altijd, omdat een mens in balans wil zijn. Deze vrouw is gevoeliger geworden voor pijntjes en geluiden. Ze reageerde echt op alles. Enorm overprikkeld. Je ziet vaak dat er op een gegeven moment minder dopamine wordt aangemaakt.”
Van Everdingen: “Als tandarts-gnatholoog heb ik als eerste taak mogelijke fysieke oorzaken vast te stellen of uit te sluiten. Dat is niet altijd even duidelijk. Als ik denk dat gedrag een grote rol speelt kan ik doorverwijzen naar Noor. In die zin zie ik me een beetje als wegbereider die het mogelijk maakt iemand te helpen een ontwikkelingsstap te maken in zijn of haar leven.”

Tekst: Reinier van de Vrie
Foto: Peter Rothengatter.