Nieuws

NVGPT-lid in beeld: Kees Zachariasse

8 november 2018
NVGPT-lid in beeld: Kees Zachariasse

De NVGPT is een multidisciplinaire vereniging met drie aandachtsgebieden: prothetiek, waaronder de MFP, gnathologie en restauratieve tandheelkunde. Lid van de NVGPT zijn onder meer tandartsen, kaakchirurgen, fysiotherapeuten, tandprothetici en tandtechnici. Bij de leden van de NVGPT zit een schat aan kennis en ervaring. Daarom laten we regelmatig een lid aan het woord over zijn of haar opleiding, werk en visie. Dit keer is de beurt aan Kees Zachariasse, onder meer tandarts-gnatholoog en bestuurslid van de NVGPT.

Opleiding en werk
1979-1985: Tandheelkunde in Utrecht
2006 tot 2009: Opleiding tot tandarts-gnatholoog in Utrecht.

In 1985 drie maanden stage in implantologiekliniek in Japan. Vervolgens als waarnemer in een zestal praktijken gewerkt. Sinds 1987 een eigen praktijk in Veenendaal. De praktijk heeft drie kamers en er werken elf personeelsleden. Werkt sinds 2009 als tandarts-gnatholoog 1,5 dag per week bij de afdeling Bijzondere Tandheelkunde in het UMC Utrecht. Is bestuurslid van de NVGPT.

Niet sexy
“Direct na mijn studie kon ik via een contact van mijn vader drie maanden stage lopen in een implantologiekliniek in Japan. Implantologie was toen nog spectaculair en trendsettend. Het was interessant, maar ik wilde toch niet verder in het buitenland of met implantologie. Vanaf het begin van mijn tandheelkundige carrière was ik meer geïnteresseerd in aangezichtsklachten en orofaciale pijn. In 1993 heb ik voor de eerste keer gesolliciteerd om de opleiding voor gnathologie in Utrecht te volgen, maar ze zochten toen mensen met ervaring. Uiteindelijk ben ik daar – met de laatste lichting – in 2005 wel voor gevraagd en in 2006 met de opleiding begonnen. Gnathologie is geen sexy onderwerp met glimmend staal, bloederige foto’s en flonkerend porselein, maar het is wel een heel interessant vakgebied.”

Achter een vulling
“Als tandarts algemeen practicus doe je vooral veel dingetjes met je handen en zou je weleens kunnen vergeten dat er ook een mens aan het gebit vastzit. In de gnathologie houd je je juist heel veel bezig met de menselijke en psychosociale aspecten. De mond is letterlijk de poort tussen binnen en buiten. Veel mensen die druk, stress en zorgen hebben, krijgen klachten in het orofaciale gebied. Als algemeen practicus kom je er vaak door schade en schande achter dat het niet loopt zoals het zou moeten lopen. Bijvoorbeeld als iemand de ene na de andere vulling breekt. Dan heb je lege artes gewerkt maar gaat een vulling toch kapot. Je moet dan uitzoeken waardoor dat komt.”

Overbodige endo
“Bij het CBT zien we heel veel mensen die een wortelkanaalbehandeling hebben gehad, omdat ze kiespijn hadden of voelen. Maar dan blijkt dat de pijn soms een heel andere oorzaak heeft. Dan is het mogelijk een overbodige endo geweest. Misschien wel tevergeefs, maar niet voor niets. Want daardoor moet je het verder gaan uitzoeken. Als gnatholoog proberen we vooral ook na te gaan of wat iemand in zijn leven heeft meegemaakt van invloed is op de pijn.”

Een must
“Ik werk 3,5 dag per week in mijn algemene praktijk en 1,5 dag bij het CBT. De combinatie van algemeen practicus en tandarts-gnatholoog vind ik eigenlijk wel een must. Als tandarts weeg ik nu veel sneller de sociaal-psychologische aspecten mee. In die zin doorspekt de gnathologie ook de dagelijkse praktijkvoering. Als tandarts-gnatholoog heb ik geleerd afwachtender te zijn en veel breder te kijken. Als ik niet zeker weet welk element er pijn geeft, doe ik niets. Terwijl wij tandartsen te snel geneigd zijn iets te gaan doen. Wij zijn namelijk doeners. Maar zonder diagnose, heeft een behandeling geen prognose. Als tandarts-gnatholoog moet je de tijd nemen. Je hebt in een consult van 1,5 uur de gelegenheid om een gedegen onderzoek te doen om achter hun probleem proberen te komen.”

Zware wissel
“Het werk als tandarts-gnatholoog vind ik een enorm waardevolle aanvulling op het werk van algemeen practicus. Want na dertig jaar heb je de meeste vullinkjes, kroontjes en bruggetjes wel gezien. Maar hoe leuk ik het werk ook vind, 1,5 dag in de week vind ik wel genoeg. Het is toch een speciale patiëntencategorie; het gaat vaak om mensen met serieuze sociaal-psychische problemen waar je je handen vol aan hebt. Dat trekt een zware wissel op je. Ik ben altijd vaak erg moe als ik uit Utrecht wegrijd.”

Frustrerend
“Het is frustrerend voor zowel patiënt als behandelaar dat je problemen soms niet kunt oplossen. Er zijn veel mensen die met incest of verkrachtingen en geweld te maken hebben gehad. Daar wordt natuurlijk veel aandacht aan besteed, bijvoorbeeld door een psycholoog. In het UMC Utrecht is ook een speciaal centrum voor psychotrauma waar we mee samenwerken. Maar sommige mensen blijven hulp nodig houden, en anderen blijven met de schade zitten die niet zomaar opgelost kan worden.”

Onnodige blokkades
“Verzekeraars werpen naar mijn idee onnodige blokkades op. Er is niemand die voor zijn lol naar de tandarts of een centrum voor bijzondere tandheelkunde gaat. Ik zit er ook niet om veel omzet te genereren. De machtigingen zijn een papieren tijger die het werk nodeloos zwaar maken, zeker als alles gedocumenteerd en gemotiveerd moet worden. Dat is echt lastig en onzinnig. Een werknemer die de aanvragen beoordeelt, weet echt niet meer van de situatie dan wij als behandelaar.”

Overlap
“Met arthrosenthese, het spoelen van het kaakgewricht, hebben we een effectieve manier om pijn in het gewricht te behandelen. Er is goed gedocumenteerd onderzoek naar gedaan. Waar we vroeger ook langdurig moesten werken met een spalk of medicatie, kijken we nu veel meer naar leefregels en fysiotherapie. In het algemeen zien we steeds duidelijker een overlap tussen algemene pijnproblematiek en de aangezichtspijn die wij als een aparte entiteit beoordelen. Mogelijk heeft dit te maken met een afwijkende verwerking van pijnprikkels.”

Up to date
“Ik volg nog steeds heel actief nascholing voor gnathologie en restauratieve tandheelkunde. Dat wil ik zeker nog lang blijven doen, want stilstand is achteruitgang. En daar ben ik niet zo van. Verder vind ik het belangrijk dat de tandarts up to date blijft door nascholing te volgen op het gebied van orofaciale pijn.”

Interview: Reinier van de Vrie