Nieuws

Serie NVGPT-lid in beeld met Derk Jan Jager

24 april 2018
Serie NVGPT-lid in beeld met Derk Jan Jager

De NVGPT is een multidisciplinaire vereniging met drie aandachtsgebieden: prothetiek, waaronder de MFP, gnathologie en restauratieve tandheelkunde. Lid van de NVGPT zijn onder meer tandartsen, kaakchirurgen, fysiotherapeuten, tandprothetici en tandtechnici. Bij de leden van de NVGPT zit een schat aan kennis en ervaring. Daarom laten we regelmatig een lid aan het woord over zijn of haar opleiding, werk en visie. Dit keer is de beurt aan dr. Derk Jan Jager, bestuurslid van de NVGPT, tandarts MFP en prothetisch-restauratief tandarts (RCS) in Amsterdam en Leuven.

“De combinatie van behandelen en onderzoek is ideaal voor mij.”

Opleiding
1998-2005 tandheelkunde in Groningen. Vanaf 2006 traineeprogramma’s gebitsslijtage, implantologie, endodontologie, en prothetiek gevolgd binnen het UMC Groningen. In 2014 de opleiding tandarts-prosthodontist van het UMC Groningen en het Royal College of Surgeons Edinburgh (Mpros RCSed) afgerond onder supervisie van prof. Marco Cune. Opleiding Maxillofaciale Prothetiek afgerond in 2016 bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde Amsterdam.

Werk
2005-2012 UMC Groningen en Centrum Bijzondere Tandheelkunde Martiniziekenhuis in Groningen, 2012-heden: assistent professor bij afdeling MKA-chirurgie VU Medisch Centrum Amsterdam, tandarts-MFP bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde in Amsterdam en supervisor bij de Master-na-Master prothetisch/restauratieve tandheelkunde bij de KU/UZ Leuven (België). Werkte tot september 2016 in de algemene praktijk te Heino (Ov.).

Promotie
Over tanderosie en speeksel (gepromoveerd in 2012). Zijn huidig onderzoek richt zich op het succes van tandimplantaten en verlichting van de droge mondklachten bij patiënten met het syndroom van Sjögren, de tandheelkundige verzorging van patiënten met een droge mond en de preventie van mond/keelkanker ten gevolge van het humaan papillomavirus.
Bestuurslid van de NVGPT.

Serieus nodig
“In de bijzondere tandheelkunde kan ik alles wat ik geleerd heb op restauratief-prothetisch vlak toepassen. De patiëntencategorie die ik bij de SBT behandel heeft het echt nodig. Na een behandeling zien ze er soms totaal anders uit. Dat geeft me veel voldoening. Het is ook leuk om de patiënt beter te leren kennen gedurende de meestal lange behandeltrajecten. Dat is ook weer erg behulpzaam bij het kiezen van de best passende behandeling voor de patiënt.”

Steeds anders
“In vergelijking met de algemene praktijk doe ik veel complexe behandelingen. Ik behandel dus minder aantallen patiënten. In de opleiding denk je weleens weinig te leren als je relatief niet zoveel patiënten behandelt, maar later merk je dat dat niet klopt. Op jaarbasis komen wij bovengemiddeld veel ingewikkelde, multidisciplinaire casussen tegen. Wij doen voornamelijk grote gebitsrehabilitaties en veel kroon- en brugwerk en combinatie werkstukken in complexe monden van patiënten. Je hebt je routine, je weet hoe je technieken moet toepassen, je kent alle concepten, maar bij iedere patiënt is het toch net weer anders, zeker ook op psychisch vlak. Verder is het werken in een team met enthousiaste collega’s erg leuk en leerzaam. Ik kan altijd voor advies aankloppen bij hen en wij proberen veel van elkaar te leren. Ook het werken op de universiteit in Leuven is erg leerzaam. Terwijl ik de tandartsen begeleid leer ik weer dingen bij.”

Feeling met verwijzers
“Ik denk wel dat het als tandarts MFP/prothetisch-restauratief tandarts (RCS) belangrijk is om de algemene praktijk ernaast te doen. Ik heb het jaren één dag per week gedaan in de praktijk van mijn oom en tante. Sinds september 2016 doe ik alleen nog af en toe een woensdag om een vast groepje patiënten te behandelen. Dat doe ik omdat het een heel gezellige en goede praktijk is van familie. Verder begeleid ik in Leuven tandartsen die de master-na-master prothetisch/restauratieve tandarts volgen. Wat ik ook belangrijk vind, is om feeling met je verwijzers te houden. Je moet weten wat die tegenkomen en waarom er bepaalde dingen gebeuren. Met de behandeling van alleen bijzondere tandheelkunde word je misschien wat te somber van de algemene gezondheid en gebitssituatie.”

Eindelijk gehoord
“Wat ik allemaal weet van patiënten, ze vertellen me echt alles. Soms is het heel handig om te weten hoe ze in elkaar steken, maar soms overladen ze je met al hun problematiek. We zijn zo lang met ze bezig en ze merken dat we tijd voor ze hebben. Ze voelen zich eindelijk gehoord. Vaak zijn ze daarvoor een beetje van het kastje naar de muur gestuurd. Met korte bezoekjes van tien minuten bij verschillende specialisten. Bij ons zitten ze eindelijk eens anderhalf uur en hebben ze de tijd om hun verhaal te doen. Soms moet je ze echt afremmen, ze denken dat jij alle tijd voor ze hebt.”

Minimaal invasief
“Het scannen en de 3D-ontwikkeling wordt steeds belangrijker. En door loepbril en de microscoop krijgen we beter zicht en kunnen we beter werken. Verder komt er hopelijk nog meer aandacht voor preventie en minimaal invasief behandelen. Wat je restauratief doet moet weefsel besparend zijn en altijd ten dienste staan van zoveel als mogelijk behouden van de eigen dentitie en de functie van het gebit. Zeker tandartsen in opleiding zijn supergeïnteresseerd in dit soort dingen.”

Met tegenzin
“Er zit behoorlijk wat tijd in de administratie: brieven en verslagen schrijven en aanvragen voor bijzondere tandheelkunde doen. In een ziekenhuissetting moet je soms uitgebreider verslag doen dan in een algemene praktijk. Terecht dat het moet gebeuren, ik heb er ook geen bezwaar tegen, maar het kost je gewoon veel tijd. Ik doe het wel heel goed, maar soms echt met tegenzin, zeker als ik na een hele dag intensief werken op mijn toppen nog eens anderhalf uur brieven en behandelplannen moet gaan zitten typen.”

Tevredenheid
“Ik ben zeer tevreden over de plekken waar ik nu werk en over de combinatie van behandelen, onderwijs en onderzoek. Ik wil graag verder gaan met onderzoek naar bijvoorbeeld het succes van implantaten en het verminderen van de droge mond klachten bij mensen met het syndroom van Sjögren, de rol van HPV bij mondkanker en wat de preventieve rol van de huistandarts daarin zou kunnen zijn. Het nieuwste project waar ik mee bezig ben, is onderzoek naar uitkomstmaten van behandelingen. Wat wil de patiënt eigenlijk? Hoe krijg je tevreden patiënten? Wij kijken dan vooral naar oncologiepatiënten met klosprotheses. Zeer verschillende onderzoeken, maar wel allemaal rond het thema ‘bijzondere tandheelkunde’.”

Tekst: Reinier van de Vrie
Foto: Peter Rothengatter.