Nieuws

NVGPT-lid in beeld: Ad Slagter

12 februari 2018
NVGPT-lid in beeld: Ad Slagter

De NVGPT is een multidisciplinaire vereniging met drie aandachtsgebieden: prothetiek, waaronder de MFP, gnathologie en restauratieve tandheelkunde. Lid van de NVGPT zijn onder meer tandartsen, kaakchirurgen, fysiotherapeuten, tandprothetici en tandtechnici. Bij de leden van de NVGPT zit een schat aan kennis en ervaring. Daarom laten we regelmatig een lid aan het woord over zijn of haar opleiding, werk en visie. Dit keer is de beurt aan Ad Slagter, tandarts MFP en tandarts-gnatholoog in Leeuwarden.

Opleiding
1980-1987, studie tandheelkunde Rijksuniversiteit Groningen, training-on-the-job in UMC Utrecht (1987-1992) in de zorg voor bijzondere zorggroepen, uiteindelijk tot de kwalificaties mfp-tandarts en tandarts-gnatholoog.

Werk
Afgestudeerd in periode van werkloosheid onder tandartsen, na oriëntatie op werk in Duitsland enkele waarnemingen in Nederland. 1988-1992 aio Vakgroep Mondziekten, Kaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde, UMC Utrecht: promotieonderzoek in combinatie met patiëntenzorg; 1991 parttime bij Bijzondere Tandheelkunde in Zwolle. 1992-1999 UMC St Radboud Nijmegen in combinatie met Rijnstate Ziekenhuis Arnhem: patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek. 2000-2001: chef de clinique Bijzondere Tandheelkunde UMC Utrecht, 2001-2005 hoofd Bijzondere Tandheelkunde in Nijmegen, 2006-heden MFP-tandarts en tandarts-gnatholoog in Medisch Centrum Leeuwarden.

Promotie
Onderzoek naar de kauwfunctie met een volledige gebitsprothese in vergelijking met het natuurlijke gebit.

Verslingerd geraakt
“Na mijn studie was er veel werkloosheid onder tandartsen. Na enkele waarnemingen kreeg ik als aio een kans om zowel onderzoek als patiëntenzorg te gaan doen in wat er in Utrecht overbleef van de gesloten faculteit Tandheelkunde, namelijk de vakgroep Mondziekten, Kaakchirurgie en Bijzondere Tandheelkunde. Zo kwam ik in aanraking met bijzondere patiëntengroepen en is mijn passie voor het werk dat ik sindsdien doe ontstaan en er nooit meer los van gekomen. Je krijgt te maken met bijzondere mensen, bijzondere aandoeningen en met ingewikkelde gebits- en kaakproblemen.”

Andere dynamiek
“Voor dit werk is het wel goed om weet te hebben van hoe het in de algemene praktijk toegaat. Je moet het aan den lijve ondervonden hebben. Als aio heb ik voornamelijk tijdens vakanties in een algemene praktijk waargenomen. Je ziet dan in korte tijd heel veel patiënten, vaak hele gezinnen, aan je voorbij trekken. In een centrum voor bijzondere tandheelkunde is er een heel andere dynamiek, daar komen mensen niet voor het checken van hun gebit, maar met grote problemen. Je bent soms jaren met een patiënt bezig. Dat is niet te vergelijken.”

Zeer veelzijdig
“Als tandarts kun je geen veelzijdiger vak hebben dan dat van MFP-tandarts en tandarts-gnatholoog. Dit werk is gewoon uniek. Het is ook een vak van learning by doing. Het is belangrijk in dit vak om voortdurend met anderen te kunnen sparren. Er wordt ook een beroep gedaan op je medische kennis. Je bespreekt patiënten en werkt samen met MKA-chirurgen, kno-artsen, medisch psychologen, fysiotherapeuten, neurologen, pijnspecialisten. Van hen leer ik steeds nog weer bij. Het is boeiend om over de grenzen van je vak heen te kijken en te merken dat je dankzij elkaars expertise verder kunt komen en het verschil kunt maken voor patiënten. Dit vak levert me inhoudelijk heel veel plezier en energie op. En het is heel dankbaar werk.”

Samen op reis
“Patiënten hebben een enorme beleving bij wat er gebeurt. Het roept veel emoties op om je eigen tanden en kiezen of een deel van je kaak door een tumor of ongeval kwijt te raken en er bijvoorbeeld een gebitsprothese voor terug te krijgen. Samen met de patiënt ga je een reis aan zonder altijd goed te weten waar je precies uitkomt. Dat is zeker niet allemaal voorspelbaar. Met patiënten word je steeds meer een team. Het is wel belangrijk hun verwachtingen te managen. Soms moet je zeggen dat er een moeilijk stukje komt dat niet leuk zal zijn. Dan moet je mensen er doorheen proberen te slepen. In die zin ben je een soort reisbegeleider.”

Patiënt als manager
“Patiënten kunnen tegenwoordig digitaal hun dossier bekijken. Mede door internet weten ze veel meer en kunnen ze allerlei informatie opzoeken. Je kunt zelf ook verwijzen naar filmpjes of digitaal voorlichtingsmateriaal. De patiënt wordt steeds meer de manager van zijn eigen zorgproces.”

Kwetsbaar
“Overal waar ik werkte was bijzondere tandheelkunde een vreemde eend in de bijt. En ook altijd kwetsbaar. Het is bijvoorbeeld moeilijk om collega’s te vinden die zich een substantieel deel van hun tijd hiervoor in willen zetten. Je hebt te maken met een zware patiëntenpopulatie en met mensen die je soms tot aan hun dood moet begeleiden omdat ze niet meer te genezen zijn. Terwijl je gemiddeld minder verdient dan een algemeen practicus. Dat telt extra bij een universitaire aanstelling: in Nijmegen heb ik - jonge - mensen opgeleid die vervolgens ergens anders gingen werken, omdat ze meer konden verdienen. Dat vond ik heel frustrerend. Ik heb ook eens een collega gehad die het de laatste tien jaar van zijn carrière wat rustiger aan wilde doen en een week met ons meeliep om te zien of het werk in de bijzondere tandheelkunde iets voor hem was. Maar na die week was hij helemaal kapot. Die kon niet verstouwen aan wat er allemaal voor problematiek voorbij kwam.”

Administratieve last
“Negatief aan dit vak is de enorme administratieve last. Je kunt geen vinger uitsteken of je moet een aanvraag doen. Je moet ook alles berekenen en begroten. Van de zorgverzekeraar krijg je dan soms bizarre vragen voor extra informatie. Die administratieve last schrikt ook nieuwkomers af. Verder
merk ik dat veel patiënten de zorg niet meer kunnen betalen, terwijl ze die keihard nodig hebben. Maar ik houd het vol, omdat ik wat met en voor patiënten kan bereiken. Voor dat soort mensen doe ik het. Er zijn er die ik al twintig jaar ken als patiënt. Waar ik ook werk, die blijven met me mee gaan...”

Niet sneller
“De tandheelkunde verandert in rap tempo door digitalisering en 3D techniek. Dat biedt voor ons ook nieuwe kansen, bijvoorbeeld digitaal afdrukken en gebitsprotheses maken. Desondanks zal de tandheelkunde zelf niet veel sneller worden. We hebben nog steeds te maken met moeder natuur. Bot gaat echt niet sneller aangroeien.”

Gebuffeld
“Ik ben nu 55. Jarenlang heb ik hard gebuffeld. Op een gegeven moment wil ik misschien iets minder hard gaan werken. Ik zou het ook nog wel leuk vinden om een meer begeleidende rol te spelen en jonge mensen te enthousiasmeren voor dit relatief onbekende vakgebied. Zelf heb ik er in ieder geval geen spijt van dat ik als aio vanuit een bij mijn afstuderen aanvankelijk beperkt toekomstperspectief in dit vak ben terechtgekomen. Er is daarna nog een wereld voor mij open gegaan. Het heeft me een mooie richting op gebracht.”

Tekst: Reinier van de Vrie
Foto: Peter Rothengatter.